Vannacht, toen ik niet kon slapen
(Soms ligt dat aan een kwaad snerpende kraai die laag over scheert, kwaad om iets wat alleen kraaien begrijpen)
Toen ik dus slapeloos, vannacht
De kinderen tevreden ronkend om mij heen
Hun dromen netjes in zich opgekruld
Alsof daar plek genoeg voor is
(Maar misschien is dat nog wel zo, op die leeftijd)
Bouwde ik deze machine
Van stukken plezier en restjes verlangen
Een machine om gedichten te maken
Om woorden mee te breien
In je hart en in je longen
Woorden als haken en tangen
Woorden die de wereld zouden veranderen
Maar alles wat eruit kwam
Was van muziek gemaakt
Van zingen en dansen en vrijen
Niets van te verstaan
Niets Niets Niets
