Gedicht 9: De haat


Nadat we elke zin eindeloos
Woord voor woord
Uit elkaar en om en om
Als een oude strontvlieg
Kop aan staart
Was er niets van te begrijpen

Taal voor honden
Sprak ik
Of om onder stenen te leggen
Tegen de wind
En over honderd jaar
Met een wijde boog het meer in

We zaten daar samen
Geomarmd
Woorden als losgeschroefde motoronderdelen uitgespreid
Aan de rand van wat ooit een gesprek
Vol syntax en verdriet
Lichamen moegesproken
En vol boos
Of resten boos

We mompelden misschien nog verhalen
Verhalen die meer op kalende, slordig dik geworden mannen leken, dan op verhalen

En op die nauwgezette dag
Wanhoop om ons heen als de was aan een lijn
Ontspon zich in mijn vuilgesproken hoofd
Een plan
Voor iets
Dat woorden vreet