Er was eens een man
Met een half hart en een halve vrouw
Die brieven enkel half las
Of alleen de woorden die hem nuttig leken
Of delen van woorden slechts
Die mooi in het gehoor
Voor later
Hij was een man die nooit
Of bijna nooit
Die bijna nooit aankwam
Nergens niet
Maar overal thuis
En zijn zoon
Of zijn zonen
Want hij heeft ze nooit geteld
Zwierven door het gras
Of door de schuur
Of over het web
En maakten dingen voor iets
Of zomaar nergens voor
(net als dit gedicht)
Om mee te spelen
En waren vrolijk
Een vrolijk waar je niet veel mee kunt
Maar wel blij mee bent
En deze man liep over wegen zonder naam
Van die wegen die eigenlijk alleen maar dienen om langs te verdwalen
Door bossen en slordig aangelegde parken
En sprak daar
Soms in zichzelf maar meestal
Met mensen die je niet kunt verzinnen zo complex
En langdradig
In steden op een steenworp afstand van andere steden
Als paddestoelen met meerdere hoeden of stelen
Met de woorden
Of delen van woorden die hij
Uit zijn brieven
Wat ik eerder in dit gedicht
Van sprak
Die meestal naar een ander
Of gewoon om niets