Alsof zijn benen eigenlijk een ander doel
Het tellen van getallen bijvoorbeeld
Of gewoon ter versiering
Beweegt hij zich
Zonder ooit ergens aan te komen
Liedjes - alleen van refreinen gemaakt - zingend aan elkaar
Zijn wereld de binnenkant van een lepel
Waar men kleren spreekt, en hoeden, en kleur
Of gedroogde bonen die ratelen op de tafel en die je weken later nog overal terugvindt
Elke dag als een lege doos
Of zo'n enkele, natte schoen die je wel eens ziet liggen langs de weg
En 's avonds - op aarde - lees ik hem taal en woorden voor zoals je baby's pap voert
Mooi alle woorden op een soort van volgorde
Dat ze niet uit elkaar breken, de zinnen
En iets veranderen of verplaatsen
Alleen wanneer hij slaapt
De wereld in een woordeloze pannekoek om hem heen gewikkeld
Huil ik
(soms)
Even
Om wat ik niet wil voelen